Go Moku no Ryu Bugeijitsu (Wapens)

Wapens zijn een integraal onderdeel van het traditionele Japanse jujitsu, in tegenstelling tot de moderne westerse varianten. Om te kunnen verdedigen tegen een wapen moet men leren hoe met het wapen om te gaan. Als je weet hoe een wapen werkt wat de voordelen en de beperkingen zijn, dan kan je er ook effectief tegen verdedigen. Hoewel men tegenwoordig niet meer met een wapen op straat mag lopen, blijkt dat het kunnen verdedigen tegen een wapen nog steeds actueel is. In de krant lees je tegenwoordig elke dag wel dat iemand is omgekomen door een messteek of een ander wapen.

De wapens van Go Moku no Ryu zijn :

Waarom wapenkunsten trainen?

Hoewel het verboden is wapens, als zwaarden, messen, etc., te dragen, heeft training in de wapenkunsten vandaag nog steeds grote waarde. Het leert een persoon goed te observeren en correct te handelen op de situatie. Hierdoor wordt de alertheid en controle van de beoefenaar vergroot en stimuleert de geestelijke ontwikkeling.
Een aantal disciplines is in het heden nog steeds actueel en waardevol, zoals tanto(mes), tanjo(wandelstok) en eda koppo(beenderstok) vormen een zeer goede aanvulling op het hedendaagse zelfverdedigingsarselnaal.

Het leren omgaan met de wapens en jezelf bekwamen in de wapenkunsten is een zeer goede training ter ontwikkeling van de persoon als geheel. Het geeft inzicht in je eigen fysieke mogelijkheden en bewegingsdynamiek. Een persoon leert het lichaam als geheel te gebruiken en verbetert zijn balans en co├Ârdinatie. De geest wordt getraind om zeer alert te zijn en een goed inzicht te ontwikkelen.
Wanneer men begint met de training van Bugei Jutsu wordt met houten wapens geoefend. Naar mate men vordert leert men met meer wapens om te gaan. Wanneer men op een hogere niveau komt worden de houten wapens vervangen door stalen wapens. Dit brengt een nieuwe dimensie in de training en stimuleert de beoefenaar naar een hoger geestelijk niveau. Wanneer de geest niet alert genoeg is, kan men zeer enstigeblessures oplopen.
Een goede basis in ongewapende kunsten (jujitsu) is essentieel voordat men begint met bugeijitsu. Bugeijitsu vormt een zeer goede aanvulling op de training in de ongewapende kunsten. Het leert namelijk de geest alerter te maken en sneller de intenties van de tegenstander te zien.


Konbo (korte stok)

Een konbo is een stok met een lengte tussen de 40 cm en 60 cm. Door de korte lengte kan een konbo redelijk gemakkelijk meegenomen worden in een jas of tas, maar ook een bierflesje of een tak kunnen worden gezien als konbo. Dit maakt dat de konbo een wapens dat tegenwoordig nog zeker actueel is en er tegen verdedigen ook.

Binnen Go Moku no Ryu kenen we twee soorten oefeningen konbo dori, het ontgewapend verdedigen tegen aanvallen met de korte stok, en konbojitsu, de korte gebruiken als verdediging tegen verschillende soorten aanvallen.
Deze twee enbu-set zijn een integraal onderdeel van het shoden-niveau van het Go Moku no Ryu leersysteem en worden dan ook regelmatig in de training behandeld.

Shoden Konbodori

De Konbo dori is een set van 8 verschillende oefeningen waarin de leerling leert te verdedigen tegen verschillende aanvallen met de konbo en de konbo te bruiken om de aanvaller te controleren. De shoden konbo dori bevat de 8 verschillende aanvallen die met een konbo dori kan worden uitgevoerd, namelijk 7 slagen vanuit verschillende kanten en een steek.

Konbojitsu

Hoewel konbo niet een wapen is vanuit het traditionele jujitsu is het wel een eerste stap om te leren omgaan met wapens. De konbo technieken binnen onze traditie zijn oorspronkelijk verdedigingstechnieken van de 'TESSEN' (= waaier).
Met de modernisering van Japan is de westerse kledendracht geïntroduceerd en airco. Hierdoor is de waaier uit dagelijkse leven verdwenen. De technieken zijn aangepast en is de tessen vervangen door de konbo.
terug naar boven

Tanjo (wandelstok)

Tanjo/Hanbo is een staf ter grootte van een wandelstok, tussen 80 - 100 cm. De technieken die worden aangeleerd kan zeer goed op straat toepassen en de wandelstok gebruiken om jezelf te verdedigingen. De tanjo (wandelstok) is een van de weinige wapens waarmee wettelijk op straat mag lopen. Dit maakt het wapen ideaal om mee leren om te gaan en de training nog steeds actueel.

Bo (Staf)

De bo, (lange) staf, is tussen de 180 - 210 cm lang. Trainen met de lange staf verbetert de balans, uithoudingsvermogen, lenigheid en souplesse. Door de lengte en massa van de staf worden deze vier fysieke eigenschappen aangesproken en getraind, om de controle over de staf te kunnen behouden. Dit is ook de voornamelijk reden waarom met de staf wordt getraind.


Tanto (mes)

Tanto is Japans voor 'klein zwaard' anders gezegd 'het mes'. Net als de konbo is de tanto ook hedendaags een wapen waarmee rekening gehouden moet worden, daar je regelmatig in de krant leest dat weer iemand is neergestoken.
Het mes is een kort wapen waardoor het makelijk is mee te nemen. Mesaanvallen zijn van dichtbij en snel, daardoor erg gevaarlijk. Het mes is ook een zeer effectief wapen in kleine ruimtes.

Binnen Go Moku no Ryu leer je niet alleen ongewapend te verdedigen tegen aanvallen met een mes, maar je leer ook een mes te gebruiken om een ander te controleren of immobilseren. Hierdoor krijgt de leerling een duidelijker beeld wat de mogelijkheden van het mes zijn. Daardoor zal de leerling zich beter kunnen verdedigen te mesaanvallen.

Tantodori

Het mes is een kort wapen, hierdoor zijn de aanvallen van dichtbij en snel. Het ongewapend verdedigen in met de tantodori is geheel daarop gericht, namelijk korte snelle acties om de tegenstander uit balans te brengen en controle verkrijgen over de hand/arm met het mes. Als eerste leert men om de aanval te ontwijken en snel controle te verkrijgen over het wapen.
Go Moku no Ryu kent drie verschillende niveau's van verdedigen tegen mesaanvallen, namelijk: shoden, chuden en okuden. Hoewel de verdedigen van hoger niveaus effectiever zijn vraagt dit ook een bepaalde ontwikkeling die alleen door jaren lange training wordt verkregen.

terug naar boven

Tachi (zwaard)

Tachi is het Japans voor 'zwaard'. Dit was het belangrijkste wapen van de samurai en daarmee ook het symbool van de samurai. Samurai waren de enige in het feodale Japans die gerechtigd waren om een zwaard te dragen. Daarom maakt het zwaard een integraal onderdeel uit van jujitsu.
Als traditionele jujitsu-stijl heeft Kyoshin Go moku no Ryu verschillende oefenvormen waarbij men leer omgaan met het zwaard. Het leren van zwaardtechnieken heeft vele voordelen, ondanks dat het zwaard geheel uit het straatbeeld is verdwenen.

Het hanteren van het zwaard omvat het (snel)trekken van het zwaard uit de schede, gebruik van het zwaard als verdediging en aanval, ongewapend verdedigen tegen aanvallen met het zwaard en het snijden (=tameshikiri).

Tameshikiri

Tameshikiri betekent 'test snijden of slaan' is omvat snijden van objecten met het zwaard (katana). Tamashikiri leert de beoefenaar juiste en correct zwaard gebruik. Met Tamashikiri oefent men de slagkracht en precisie van de snede. Hoe 'schoner' de tatami afgesneden wordt, des te beter is de techniek. Met alles moet rekening worden gehouden met het uitvoeren van de zwaardslag, lichaamshouding, stand en balans, geesteshouding, concentratie, timing. Tameshigiri wordt voornamelijk geoefend op opgerolde kranten of bamboe die op een standaard worden geplaatst.
terug naar boven

Kodachi (kort zwaard)

De samuarai zie je op de oude foto's altijd met 2 zwaarden aan hun zij, de tachi en kodachi (kort zwaard). Buiten de tachi is de kodachi ook een zeer belangrijk wapen van de samurai. Dit korte zwaard werd ook binnen gedragen, terwijl de katana alleen buiten werd gedragen.
Het korte zwaard wordt in tegenstelling tot het lang zwaard met één hand gehanteerd. Hierdoor heeft het kort zwaard een hele andere dynamiek van de tachi.
De kodachi oefeningen kenmerken zich door ontwijken en versnellen naar de tegenstander om toe te slaan. Daar de kodachi een snelle wapen is dan de tachi vergt het ontgewapend verdedigen een zeer alerte geest en timing.